De essentie van landschapsfotografie

 

Landschapsfotografie is voor mij een voortdurende zoektocht naar de essentie van het landschap. Het Groninger land geeft zijn geheimen in dat opzicht niet gemakkelijk prijs - op een druilerige dag is er weinig te beleven. Maar tegelijk heeft het ook niets te verbergen. En als het er zin in heeft, kan het zelfs uitbundig uitpakken.

De zoektocht naar de essentie betekent een zoektocht naar elementen die het land als geen ander kenmerken - de oude Middendijk, de kwelders, trotse boerderijen, vee en lucht, vooral veel lucht.

In de manier waarop ik foto's maak, merk ik steeds vaker dat het landschap me daarbij voor een keuze stelt. Ofwel ik kies ervoor de sfeer van het landschap weer te geven, en dan ook alleen de sfeer en niets anders - of ik kies ervoor het landschap te fileren en tot in de kleinste details bloot te leggen. In mijn beleving is er geen tussenweg.

Beweging - geen detail

Voor de eerste benadering laat ik dus zo weinig mogelijk details van het landschap zien - hoe minder hoe beter. Dit doe ik als ik in de eerste plaats wordt geraakt door de sfeer van het landschap, het licht, de geur, de lucht - en niet zozeer door wat er te zien is. Ik gebruik dan een kleine digitale camera die ik tijdens het fotograferen beweeg, zonder scherp te stellen. De kleurschakeringen en patronen die hierdoor ontstaan zijn onvoorspelbaar, en dat maakt het voor mij spannend. Er zijn geen details die je als toeschouwer kunnen afleiden - je kunt het landschap optimaal op je in laten werken.

Grootformaat - heel veel detail

De andere benadering kies ik als ik in de eerste plaats wordt geraakt door een veelheid aan detail het landschap, zoals nerven op een blad, regendruppels op een grasveld, scheurtjes in een muur, barstjes in de klei. Je kunt dat doen door meerdere kleine digitale opnamen op de computer aan elkaar te plakken (een beschrijving daarvan vind je hier). Maar niet elk onderwerp leent zich daarvoor; het liefst maak ik dan ook gebruik van een grootbeeldcamera of technische camera.


Mijn Toyo 45CF, een loopbodemcamera

Daarmee bedoel ik een camera van het type dat al 150 jaar bestaat: het beeld wordt door de lens geprojecteerd op een matglas van ongeveer 9 x 12 cm (oftewel 4 x 5 inch, het formaat wordt dan ook vaak eenvoudigweg 4x5 genoemd). Als je tevreden bent over de compositie, vervang je het matglas door een stuk vlakfilm van 9 x 12 cm en maak je de belichting. Die film laat je ontwikkelen, waarna je hem door een scanner haalt zodat je hem via de computer kunt nabewerken en afdrukken.

De digitale versie die je zodoende verkrijgt, komt overeen met een beeld uit een (denkbeeldige) digitale camera van 105 megapixel. De foto is dus ongeveer twintig keer zo gedetailleerd als een opname met een gewone digitale compactcamera van 5 megapixel. Het resultaat is een foto die je met gemak kunt afdrukken op 60 x 70 cm zonder enig verlies van detail - je kunt zo'n afdruk zelfs met een vergrootglas bestuderen, dan ontdek je steeds iets nieuws... Helaas blijft er van deze mate van detail op een website niet veel over. Ik maak de foto's dan ook met het doel ze op 60 x 70 cm af te drukken en op een expositie te laten zien (deze afdrukken zijn natuurlijk ook via deze website te bestellen - klik hier).

Gele lis: volledig beeld Gele lis: detail 100%

Beide benaderingen veranderen voor de kijker de beleving van de werkelijkheid zoals deze fotografisch is vastgelegd. Met de bewegingsfoto's neem ik details weg; met de grootformaatfoto's laat ik details zien waar je in de echte wereld aan voorbij loopt. Met beide benaderingen hoop ik dichterbij mijn doel te komen: laten zien waar het landschap in feite over gaat.

Gerard Kingma
September 2006